Wat zoeken studenten tegenwoordig nog op?

Gepost om 16:04 door Rechtsorde 17 Berichten Deel:  

Het zoeken in digitale bronnen is voor de meeste praktijkjuristen dagelijkse routine. Heel veel informatie – openbaar toegankelijke jurisprudentie, maar ook tijdschriften en naslagwerken – is binnen het kantoor alleen nog maar in digitale vorm beschikbaar. Je hebt in dat geval dus geen keus, als je bij wilt blijven.

Je zou dan verwachten dat studenten die worden opgeleid om in diezelfde rechtspraktijk aan de slag te gaan, veel bezig zijn met het zoeken in die digitale juridische bronnen. Ze moeten tenslotte de vaardigheden opdoen die ze als advocaat of bedrijfsjurist nodig zullen hebben. Toch blijkt dat in werkelijkheid, in ieder geval binnen het wetenschappelijk onderwijs, lang niet altijd het geval. Het is niet zozeer dat studenten geen digitale bronnen te zien krijgen, maar die bronnen worden hen in veel gevallen op een presenteerblaadje aangeboden, bijvoorbeeld via de literatuurlijst in de online onderwijsomgeving van de vakken die ze volgen. Klik hier om dit standaardarrest te bekijken! Op die manier hoef je dus bijna nooit zelf iets op te zoeken.

Je kunt je natuurlijk afvragen of dat erg is. Bijna iedereen zoekt toch dagelijks op internet, met Google, Bing of welke andere zoekmachine dan ook? Dus ervaring met zoeken heeft iedere student wel. Maar op basis van die ervaring blijkt het toch lastig om het onderste uit de kan te halen wanneer het gaat om digitale juridische bronnen. Die zitten namelijk anders in elkaar dan de meeste informatie die je op internet vindt. Er zit meer structuur in en er zijn meer ‘metadata’ aan toegevoegd, gegevens die bijvoorbeeld aangeven over welk wetsartikel een document gaat en in welk rechtsgebied het thuishoort. Zulke gegevens maken het mogelijk anders te zoeken; bijvoorbeeld eerst naar een wetsartikel, dan naar commentaar daarop, of naar recente jurisprudentie daarover. Een verzameling juridische documenten wordt op die manier een informatienetwerk, waarin documenten op allerlei manieren met elkaar verbonden kunnen zijn. Om daar gebruik van te maken heb je een gespecialiseerde juridische zoekmachine, zoals Rechtsorde, nodig en vaardigheden om die effectief te gebruiken.

De onderwijsprogramma’s van de juridische Bachelor- en Masteropleidingen zijn meestal zo vol dat aparte lessen om dit soort ‘informatievaardigheden’ te trainen er niet in zitten. Maar in plaats daarvan kan er best aandacht aan worden besteed in het kader van een verplicht of keuzevak. Ik geef zelf een keuzevak over ‘internetrecht’ aan masterstudenten, waarbij ik hen een serie uitspraken over bijvoorbeeld domeinnaamgeschillen laat opzoeken om daarin overeenkomsten en verschillen aan te tonen. Door in de les een paar minuten aandacht te besteden aan hoe je dat bijvoorbeeld met Rechtsorde aan kunt pakken, is iedereen in no-time aan de slag. Twee vliegen in een klap, iets geleerd over domeinnamen, maar tegelijk ook een practicum juridisch zoeken!

We denken er bij Rechtsorde over na om voorbeelden van dit soort opdrachten, met een korte docentinstructie, beschikbaar te gaan stellen. Zo wordt de drempel om er in bestaande onderwijssituaties gebruik van te gaan maken misschien nog weer wat lager. Ideeën voor zulke opdrachten zijn altijd welkom!

Kees van Noortwijk, Consultant Recht en IT en hoofddocent aan Erasmus School of Law